Juridische aspecten bij het beŽindigen van je relatie
WAT ALS JE GEHUWD BENT

Hoe kan je scheiden?

 

 

Hoe kan je scheiden?

Sinds 2007 (Wet van 27 april 2007, in werking getreden op 1 september 2007) zijn er in België twee manieren om te scheiden (wettelijke bepalingen: art. 229-230 B.W. en 1287-1304 Ger.W.):

  1. echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT) en
  2. echtscheiding op basis van onherstelbare ontwrichting (EOO).

Hieronder geven we schematisch beide mogelijkheden weer:

echtscheiding
door onderlinge toestemming
(EOT)

echtscheiding
op basis van onherstelbare ontwrichting
(EOO)

Voorwaarden
Vroeger mocht je alleen door onderlinge toestemming scheiden indien je minstens 2 jaar gehuwd was en je zelf minstens 20 jaar oud was. Dit is niet meer zo. Je moet wel de voorafgaande regelingen die de wet oplegt naleven. Het bewijs van de onherstelbare ontwrichting kan met alle wettelijke middelen worden geleverd.
Het gaat om een toestand waarin het voortzetten van het samenleven ondraaglijk is geworden en er redelijkerwijze geen herstel van de normale echtelijke verhoudingen meer kan worden verwacht.
Hoe?
Om bij onderlinge toestemming uit de echt te kunnen scheiden, moeten de echtgenoten twee overeenkomsten opstellen waarin zij hun onderlinge afspraken over vastleggen: een familierechtelijke overeenkomst en een vermogensrechtelijke overeenkomst.

Enerzijds is er de regelingsakte, anderzijds de familierechtelijke overeenkomst.
  • De verblijfplaats van de echtgenoten tijdens de procedure
  • het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de gemeenschappelijke kinderen en het recht op contact tijdens de procedure en na de echtscheiding
  • de bijdrage van elk van beide echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van de kinderen
  • het bedrag van de eventuele uitkering van de ene echtgenoot aan de andere, tijdens en na de echtscheidingsprocedure.

De vermogensrechtelijke overeenkomst regelt (art. 1287 Ger.W.):

  • verdeling van het huwelijksvermogen
  • de echtgenoten moeten vastleggen of zij nog van elkaar zullen erven, indien een van hen tijdens de procedure overlijdt
1. Aanvraag gezamenlijk door de twee echtgenoten
  • na meer dan 6 maanden feitelijke scheiding
  • indien minder dan 6 maanden feitelijk gescheiden, rechter stelt nieuwe zitting vast die plaatsheeft op een datum volgend op termijn van 6 maanden of 3 maanden na eerste verschijning.
2. Door een aanvraag van één van de echtgenoten
  • na meer dan 1 jaar feitelijke scheiding
  • indien minder dan 1 jaar feitelijk gescheiden, rechter stelt nieuwe zitting vast na verstrijken termijn van 1 jaar of 1 jaar na de eerste zitting.
Procedure

Formeel zijn twee stappen vereist:

1. Beide overeenkomsten moeten worden opgesteld; een boedelbeschrijving is niet verplicht maar kan facultatief.

2. De echtgenoten moeten hun overeenkomsten bij verzoekschrift neerleggen voor de rechtbank van eerste aanleg die zij vrij kunnen kiezen. Zij moeten persoonlijk verschijnen voor de rechter om hun wil tot scheiden te uiten.

Bijzondere procedureregels zijn weergegeven in de art. 1254 tot en met 1286bis Ger.W.

De echtscheidingsvordering wordt ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg van de laatste echtelijke verblijfplaats of van de woonplaats van de verweerder.

In principe moeten de echtgenoten niet persoonlijk verschijnen voor de rechtbank. Dit is het geval ongeacht of het verzoek tot echtscheiding uitgaat van één of van beide echtgenoten. Een van de partijen of het openbaar ministerie kan toch om een persoonlijke verschijning verzoeken. De echtgenoten krijgen ook informatie over bemiddeling in familiezaken.

Voorlopige maatregelen
  • Bij huwelijksmoeilijkheden is de vrederechter, los van enige echtscheidingsprocedure, bevoegd voor ontvangstmachtigingen en dringende voorlopige maatregelen (art. 221 en 223 B.W.)

    Het dringende karakter van de maatregelen slaat op de nood spoedig iets te ondernemen zodat het gezin geen verder nadeel ondervindt. De maatregelen moeten voorlopig zijn in die zin dat ze er niet toe mogen leiden een feitelijke scheiding op bestendige wijze te organiseren.

  • Tijdens de echtscheidingsprocedure is de kortgedingrechter (art. 1280 Ger.W.) en de rechtbank van eerste aanleg voor deze zaken bevoegd (art. 569, 1° Ger.W.)

Opgelet: voor procedures die voor 1 september 2007 werden ingeleid en die nog niet afgehandeld zijn, blijft in grote mate het oude echtscheidingsrecht van toepassing.

terug
druk af